De betekenis van Jezus' dood is een van de meest besproken theologische vraagstukken. Velen ervaren het hedendaags als een moeilijke kwestie, en zelfs vooraanstaande denkers zoals Jorge Luis Borges worstelen met de vraag wat het nut is van Jezus' lijden in het licht van eigen pijn. Dit artikel duikt dieper in de traditionele en alternatieve interpretaties van Jezus' dood en opstanding, met een focus op de bevrijdende en verzoenende aspecten.
Traditionele Verzoeningsleer
Door de geschiedenis van het christendom heen zijn er diverse antwoorden gegeven op de betekenis van Jezus' dood. Het meest bekende antwoord is de traditionele verzoeningsleer, ook wel de satisfactieleer genoemd. Deze leer stelt dat Jezus' dood genoegdoening bracht voor de schuld van de mensheid. Hij zou de prijs voor onze zonden hebben betaald, waardoor God de mens kon verzoenen en redden. In eenvoudiger bewoordingen: verzoening door voldoening.
Hoewel het Nieuwe Testament spreekt over verzoening en vergeving van zonden, zijn concrete uitspraken als 'Christus droeg onze straf', 'Gods toorn was op hem' of 'Met zijn bloed betaalde Christus onze schuld' niet letterlijk terug te vinden. Dit heeft geleid tot stevige theologische discussies, met name in de tweede helft van de twintigste eeuw, die vaak polarisatie veroorzaakten tussen verdedigers van de traditionele leer en degenen die deze als achterhaald beschouwen. Velen blijven met vragen achter, zoals waarom Jezus moest sterven en of dit Gods wil was.
Een Nieuwe Impuls: Alternatieve Interpretaties
Een boek dat een nieuwe impuls kan geven aan deze discussie is "Jezus' dood: Een alternatief interpretatiemodel" van Ab Ridder. Dit werk onderscheidt zich door een bedachtzame analyse van de nieuwtestamentische gegevens zonder polemisch te zijn. Ridder beoogt niet zozeer aanhangers van de satisfactieleer te overtuigen, maar biedt gelovigen die moeite hebben met de gedachte van 'verzoening door voldoening' een bijbels alternatief.
Ridder stelt dat het Nieuwe Testament Jezus' werk primair aanduidt als redding en bevrijding. Jezus bevrijdt mensen uit de greep van het kwaad, zonde en dood. Brieven in het Nieuwe Testament benadrukken dit, bijvoorbeeld:
- "... onze Heer Jezus Christus, die zichzelf gegeven heeft voor onze zonden om ons te bevrijden uit deze door het kwaad beheerste wereld" (Galaten 1:3-4, NBV).
- "Hij (God) heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon" (Kolossenzen 1:13, NBV).
- "... om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood" (Hebreeën 2:14-15, NBV).
De evangeliën presenteren Jezus' optreden, dood en opstanding als één geheel. Zijn optreden, waarin hij het opnam tegen machten van het kwaad zoals zonde, ziekte en hypocrisie, leidde tot zijn dood. Door zijn lijden en dood, in gehoorzaamheid aan Gods wil, doorbrak hij de macht van het kwaad en riep hij Gods heerschappij op aarde uit, met liefde en zelfopoffering als wapens.

De Rol van God en de Machten van het Kwaad
Ridder betoogt dat God niet wilde dat Jezus gedood werd. Hij vergelijkt dit met de beslissing van Churchill en Roosevelt om jongemannen naar het slagveld te sturen om Europa te bevrijden, zonder dat zij hun eigen bevolking wilden sparen. De machten van het kwaad worden in het Nieuwe Testament gezien als een gevaarlijke en machtige vijand die Jezus' dood bewerkstelligden. God eiste loyaliteit van Jezus, wat hij met de dood moest bekopen. Echter, Gods macht reikt verder; zijn wijze plan voorzag deze gebeurtenissen, en door Gods macht werd Jezus uit de dood naar het leven gebracht. Zo behaalde hij de daadwerkelijke overwinning op de dood en het kwaad, en werd hij door God verhoogd tot een hoogste hemelse positie.
'Redding in Beginsel' en Verzoening
Apostel Paulus beschrijft hoe gelovigen door geloof in het goede nieuws een diepe band met Christus aangaan, waardoor ze 'één met Christus' worden. Dit betekent dat men 'gestorven is met Christus' aan het oude leven, gericht op zichzelf, en leeft een nieuw leven voor Christus. Deze overgang van dood naar leven markeert de bevrijding uit de heerschappij van het kwaad, de zonde en de dood. Dit proces, dat nu plaatsvindt, noemt Ridder 'redding in beginsel'. Het Nieuwe Testament duidt dit ook aan met 'vergeving van de zonden', 'gerechtvaardigd worden' en 'verzoend met God worden'.
Jezus' leven, dood en opstanding vormen de weg voor gelovigen die 'met Christus sterven en opstaan'. De dood van Jezus zorgt zo voor vergeving en verzoening met God, niet als betaling, maar door het delen in zijn dood en opstanding.
De Doorgaande Strijd tegen het Kwaad
Het Nieuwe Testament spreekt ook over definitieve redding aan het einde der tijden. De periode tussen 'redding in beginsel' en 'definitieve redding' wordt geschetst als een doorgaande strijd tegen het kwaad. De nieuwe levenswijze van Jezus' volgelingen, gekenmerkt door zelfopoffering en belangeloze liefde, staat in schril contrast met de heerschappij van het kwaad. De waarschuwing dat de strijd tegen het kwaad nog niet gestreden is, en dat zelfzucht, machtsbelustheid, ziekte, angst, eenzaamheid en sociale uitsluiting nog steeds relevant zijn, onderstreept de blijvende relevantie van deze boodschap.
Het navolgen van Christus in deze strijd brengt onherroepelijk een prijs met zich mee. Het wegcijferen van eigenbelang, het dienen van anderen en het kiezen van de kant van de gemarginaliseerden, met belangeloze liefde als enig wapen, staat op gespannen voet met de hang naar een comfortabel leven. Dit confronterende aspect toont aan dat Ridder de kern heeft geraakt: het lijden van Christus staat in dienst van Gods nieuwe wereld, en wie hem volgt, lijdt met hem.

Historische en Theologische Context van Jezus' Dood en Opstanding
De dood en herrijzenis van Jezus zijn centrale thema's in het christendom. De verhalen hierover in de evangeliën beginnen met Jezus' aankomst in Jeruzalem voor Pesach, gevolgd door de reiniging van de tempel, het Laatste Avondmaal, zijn arrestatie, proces en kruisiging op bevel van Pontius Pilatus.
De oudste vermelding van Jezus' dood en herrijzenis vinden we in 1 Tessalonicenzen (ca. 50 n.Chr.). Later, rond 55 n.Chr., schreef Paulus aan de Korintiërs over Jezus' dood voor onze zonden, zijn begrafenis en opstanding op de derde dag, met diverse verschijningen aan volgelingen (1 Korintiërs 15:3-8).
De latere canonieke evangeliën beschrijven uitvoerig het lijden, sterven en de opstanding. Jezus werd verraden door Judas Iskariot, gearresteerd en berecht door de Sanhedrin, waar hij werd beschuldigd van godslastering. Pilatus, hoewel hij geen misdaad kon vinden die de doodstraf verdiende, liet Jezus geselen en veroordeelde hem ter kruisiging onder druk van de menigte.
De Kruisiging
Jezus werd naar Golgotha gevoerd. Volgens de synoptische evangeliën werd Simon van Cyrene ingeschakeld om het kruis te dragen, mogelijk omdat Jezus bezweek. Marcus vermeldt dat Simon de vader was van Alexander en Rufus. Johannes laat dit weg en stelt dat Jezus zelf zijn kruis droeg.
Tijdens de executie kreeg Jezus drank aangeboden, variërend in de evangeliën (wijn met gal, wijn met mirre, azijnwater). Naast Jezus werden twee anderen meegekruisigd, aangeduid als 'dieven' of 'misdadigers'. Volgens Lucas bekeerde een van hen zich en kreeg Jezus' belofte van het paradijs. Boven Jezus' hoofd werd een bord bevestigd met de tekst "Koning der Joden", wat tot discussie leidde met de Joodse leiders.
Tijdens zijn zes uur aan het kruis deed Jezus verschillende uitspraken, de zogenaamde kruiswoorden. Om drie uur 's middags stierf hij. Volgens Johannes staken soldaten een speer in zijn zij. Na Jezus' dood scheurde het voorhangsel in de tempel en vond er een aardbeving plaats, waarbij graven opengingen en doden opstonden (Matteüs).
De Graflegging
Jozef van Arimathea vroeg Pilatus om het lijk van Jezus te mogen halen. Hij, een rijke man en discipel van Jezus, wikkelde Jezus' lichaam in linnen en legde het in een nieuwe, ongebruikte graftombe in de buurt, samen met Nikodemus. Vanwege de naderende sabbat moest dit snel gebeuren. Een zware steen werd voor de opening gerold.
Op verzoek van de hogepriesters en farizeeën, die vreesden dat de discipelen het lichaam zouden stelen, werd het graf verzegeld en bewaakt.
De Opstanding
Jezus zou op de eerste dag van de week zijn opgestaan. De oudste vermelding van de opstanding is in Marcus 16:9. De evangeliën beschrijven hoe vrouwen het graf bezochten en ontdekten dat het leeg was, met de boodschap van engelen dat Jezus was opgestaan. Maria Magdalena zag Jezus als eerste na zijn opstanding.
In 1 Korintiërs en de evangeliën wordt vermeld dat Jezus na zijn opstanding aan diverse personen verscheen. De opstanding is het hart van de nieuwtestamentische verkondiging, als bewijs dat Jezus door God gezonden is en de Messias is. Het is het ultieme bewijs van Gods macht over leven en dood.
jezus - het verhaal van Pasen - de kruisiging en opstanding - tekenfilm
De Opstanding der Doden en het Geloof
Buiten de invloedssfeer van het jodendom en christendom speelt het geloof in de opstanding der doden nauwelijks een rol. 'Dood is dood' is een veelgehoorde uitspraak. Toch is het geloof in de opstanding onlosmakelijk verbonden met het christelijk geloof. De opstanding van Jezus Christus en de toekomstige opstanding op de jongste dag zijn expliciet benoemd in de geloofsartikelen.
In het Oude Testament wordt gesproken over 'doen (her)leven' en 'opstaan'. God wordt gezien als de handelende persoon achter zowel het opwekken als het opstaan uit de doden. Hoewel het Oude Testament weinig spreekt over het hiernamaals, klinkt de gedachte door dat de dood niet het laatste woord heeft en Gods macht zelfs over dood en graf heen reikt.
Er zijn in het Oude Testament gevallen van opstanding of opwekking uit de doden, zoals de zoon van de weduwe van Sarefat en de zoon van de Sunamitische. Ook wordt het herstel van het volk Israël vergeleken met een opstanding uit de doden. Ezechiël 37 beschrijft het herstel van het volk als een opstanding uit dorre beenderen.
Daniël 12 is de enige tekst in het Oude Testament waar ondubbelzinnig over de opstanding van individuen wordt gesproken, zowel van de rechtvaardigen als van de goddelozen. Dit benadrukt Gods trouw en gerechtigheid die over dood en graf heen reiken.
De gedachte aan een opstanding uit de doden stuitte reeds in bijbelse tijden op ongeloof en verzet, met name in de Griekse wereld waar het lichaam als een kerker werd gezien. De apostel Paulus moest in 1 Korintiërs 15 zijn Griekse lezers overtuigen van het belang van de lichamelijke opstanding van Christus.
Jezus' Opstanding als Verzoening en Overwinning
In de Bijbel is God de God die doden opwekt. Jezus verrichtte zelf opwekkingen uit de doden, zoals die van Jaïrus' dochtertje, de jongeling te Naïn en Lazarus. Ook de apostelen wekten doden op.
De opstanding van Jezus Christus uit de doden vormt het hart van de nieuwtestamentische verkondiging. Zonder de opstanding is het geloof inhoudsloos en zijn mensen nog steeds onder het beslag van de zonde. Christus is opgewekt om onze rechtvaardiging. Zijn opstanding is het bewijs dat hij door God is aangesteld als rechter bij het laatste oordeel.
Jezus' opstanding is onlosmakelijk verbonden met het lot van alle mensen, met name de gelovigen. Hij is de 'eersteling' van degenen die weer levend zullen worden. Zonder zijn opstanding is het geloof inhoudsloos en zijn mensen nog steeds onder het beslag van de zonde. Volgens Romeinen 4:25 is Christus opgewekt 'om onze rechtvaardiging'.
De Betekenis van de Opstanding voor het Leven
Jezus wordt in het Nieuwe Testament aangeduid als 'de opstanding en het leven'. Dit betekent dat het leven zelf, God, in hem belichaamd is. Door geloof aan hem verbonden te zijn, deel je in dit leven, dat niet kapot te krijgen is, zelfs niet door de dood. Dit leven met de Heer geeft de diepste troost in gemis en de grootste hoop voor de toekomst.
Het geloof in Jezus als de opstanding en het leven betekent niet alleen hoop op een leven na de dood, maar ook een leven nu, dat verandert en bloeit. Het is een leven met hoop, troost en toekomst, geworteld in God.

De Vrouwen bij het Graf
De vrouwen, waaronder Maria Magdalena en Maria de moeder van Joses, toonden grote liefde en toewijding aan Jezus door hem te dienen en hem te volgen, zelfs na zijn dood. Ze gingen naar het graf om rouw te bedrijven en Jezus eer te bewijzen.
Een engel rolde de steen voor het graf weg, wat gepaard ging met natuurgeweld. De engel stelde de vrouwen gerust en vertelde hen dat Jezus leefde. Dit goede nieuws moesten zij verder vertellen aan de leerlingen.
Nog voordat de vrouwen de leerlingen bereikten, kwam Jezus hen tegemoet. Dit benadrukt de genade van God die naar ons toe komt. De vrouwen ontvingen Jezus en aanbaden hem.
Het Geloof in de Opstanding
Het bericht van de opstanding werd aanvankelijk met ongeloof ontvangen door de leerlingen. Markus benadrukt dit aspect in zijn evangelie. De discussie over het laatste gedeelte van Markus (vers 9-20) suggereert dat het belang van geloof in dit evangelie contrasteert met de nadruk op ongeloof in dit deel.
De opstanding van Jezus is niet alleen een historisch feit, maar ook een centraal element van het christelijk geloof dat hoop, troost en een nieuwe levenswijze biedt. Het geloof dat Jezus de opstanding en het leven is, vraagt om een persoonlijke keuze en overgave aan hem.
tags: #herdenking #protestanten #dood #en #opstaan #jezus