Geschiedenis van de Protestantse Kerk in Buenos Aires en Argentinië

De Reformed Church in America (RCA), voorheen bekend als de Dutch Reformed Church, is een calvinistisch gereformeerd protestants kerkgenootschap dat zijn oorsprong vindt in de Nederduitse Gereformeerde Kerk. De oudste lokale gemeente werd in 1628 in Nieuw Amsterdam gesticht door predikant Jonas Michaëlius. Deze gemeente viel tot 1771 onder het toezicht van de classis Amsterdam. Ondanks de overgang van Nieuw-Nederland naar Britse handen in 1664, bleven predikanten van de RCA in Nederland worden opgeleid en werden diensten tot 1763 in het Nederlands gehouden. Een aanzienlijke immigratiegolf uit Nederland tussen 1846 en 1849 bracht nieuwe leden naar het Middenwesten van de Verenigde Staten, waar het Nederlands opnieuw in gebruik werd genomen in de kerken.

Een bijzonder verhaal betreft de stichting van de Nederlandse Gereformeerde Kerk in Argentinië te Comodoro Rivadavia, oorspronkelijk bekend als de NGK te Chubut. De regio Chubut, met een onaantrekkelijk klimaat en een schrale, bijna boomloze vlakte, werd gekenmerkt door passaatwinden, stof in de zomer en sneeuwstormen in de winter. Desondanks bood de Argentijnse regering gunstige voorwaarden voor immigranten die zich hier wilden vestigen, mede vanwege de aanwezigheid van grote schapenkuddes. Al eerder, in het midden van de 19e eeuw, waren de inheemse Mapuche-stammen door avonturiers verdreven. Rond die tijd vestigden zich ook Welshe kolonisten in Chubut, gevlucht uit hun thuisland om religieuze en politieke redenen. Hoewel zij te lijden hadden van de nog rondzwervende inheemse bevolking, wilden ze niet terugkeren naar Engeland, zelfs niet toen koningin Victoria een oorlogsschip stuurde om hen te evacueren.

De grote stroom immigranten bestond echter voornamelijk uit Zuid-Afrikanen, vooral na de Tweede Boerenoorlog (1899-1902). De Zuid-Afrikaanse predikant ds. L.P. Vorster en andere geestelijke leiders bezochten Argentinië. Chubut vormde het achterland van het destijds kleine dorpje Comodoro Rivadavia aan de Atlantische Oceaan. Het klimaat was er even barre als in de rest van Patagonië, maar de aantrekkelijke landaanbiedingen van de regering trokken kolonisten aan, ondanks het schaarste aan water. Al snel ontstonden er winkels en werd Comodoro Rivadavia de marktplaats voor de hele kolonie, waar boeren hun wol konden verkopen. Op verzoek van de kolonisten stuurde de regering werkkrachten en materieel om water uit de grond te pompen, wat de regio ingrijpend veranderde. De regering nam ook de exploitatie van de oliewinning ter hand, wat leidde tot de komst van petroleummaatschappijen en duizenden arbeiders, waaronder Nederlanders.

De Hollands-Zuid-Afrikaanse gemeenschap kende aanvankelijk moeilijkheden op kerkelijk gebied. De uit Zuid-Afrika afkomstige predikant ds. A.J. Jacobs, die er van 1906 tot 1910 werkzaam was, bleek niet de juiste persoon voor de functie en vertrok. De Zuid-Afrikaanse Nederduitsche Gereformeerde Kerk liet haar volksgenoten grotendeels aan hun lot over, en slechts vanuit de Gereformeerde Kerk van Buenos Aires kon enige hulp worden geboden. In 1912 bezocht de Nederlandse predikant ds. A.C. Sonneveldt (1880-1959) vanuit Buenos Aires gedurende enige tijd Chubut. Zijn verblijf daar maakte een diepe indruk, getuige de grote opkomst bij kerkdiensten, de lange reizen die men daarvoor ondernam, en de waardering die hij van zijn gemeenteleden ontving. Dit wees op een grote behoefte aan georganiseerd kerkelijk leven. In zes weken hield hij huisdiensten op tien verschillende plaatsen in de regio, bediende het avondmaal en doopte zestig kinderen. In 1914 keerde ds. Sonneveldt terug naar Chubut en bleef er vier maanden. Het oorspronkelijke plan om de gemeente van Buenos Aires (waar hij sinds 1911 officieel predikant was) te combineren met die van Chubut moest worden losgelaten vanwege de grote afstanden. De uitgestrekte gemeente van Chubut had een eigen predikant nodig die lange reizen te paard kon maken en vaak in de open lucht moest overnachten. Toen ds. Sonneveldt daar beroepen werd, nam hij de roeping aan en werd in april 1915 predikant in Chubut.

Kaart van Patagonië met de provincie Chubut en de stad Comodoro Rivadavia gemarkeerd

De situatie die ds. Sonneveldt in de provincie Chubut aantrof, was naar zijn oordeel niet ideaal: de predikant en de ouderlingen woonden relatief dicht bij elkaar, terwijl de gemeenteleden over een groot gebied verspreid waren. Door de grote afstanden kon er geen sprake zijn van regelmatige kerkgang en ontbraken er geschikte leidslieden. Daarom werd besloten de gemeente in twaalf wijken te verdelen, met in elke wijk een gekozen ouderling en diaken en een vaste kerkplaats. Twee keer per jaar, voor en na de winter, trok ds. Sonneveldt door zijn gemeente, een reis die ongeveer twee maanden duurde. De gemeente kwam dan wijksgewijs samen op de twaalf centrale plaatsen, waar het Woord en de sacramenten werden bediend. Het aantal aanwezigen schommelde tussen de vijftig en honderd. Tweemaal per jaar werd een kerkenraadsvergadering gehouden in Comodoro Rivadavia. Ds. Sonneveldt woonde zelf ongeveer 115 kilometer van deze plaats, en verscheidene ouderlingen en diakenen zo'n 250 kilometer. Hoewel hij in zijn eigen wijk meer kon doen dan in de andere elf, was ook daar geen wekelijkse kerkdienst mogelijk, aangezien sommigen nog steeds zo'n vijftig kilometer van de centrale wijkkerkplaats woonden. De hele gezinnen kwamen naar de kerkdienst, wat voor de moeders veel voorbereiding vergde. Slechts eens per maand kon deze gemeente samenkomen, wat aangaf dat zij bevoorrecht was boven de andere. Ds. Sonneveldt werd ook buiten zijn eigen gemeente gevraagd; op verzoek van christenen uit Engeland en Wales hield hij samenkomsten in het Engels. In zijn laatste jaar in Chubut begon hij met zendings- en evangelisatiewerk onder de Spaanstalige bevolking.

Na het vertrek van ds. Sonneveldt ontstonden in 1927 kerkelijke twisten in de kerk van Comodoro Rivadavia, wat leidde tot een kerkscheuring. De Zuid-Afrikaanse ds. J.A. Hurter richtte toen een eigen kerk op voor de Zuid-Afrikaanse gemeenteleden. Een brief van het Zuid-Afrikaanse gemeentelid Van der Walt aan de Nederduits Gereformeerde Kerk in Kaapstad leidde ertoe dat deze kerk ds. Lückhoff naar Comodoro Rivadavia stuurde, waar hij met grote blijdschap werd ontvangen. Na de inspanningen van ds. Sonneveldt werd naast de bestaande Gereformeerde Kerk een nieuwe kerk gesticht onder exact dezelfde naam: Iglesia Reformada Holandesa. In 1938 werd deze kerk weer officieel opgeheven en de gemeente weer verenigd. Van 1952 tot 1954 werd de Gereformeerde Kerk gediend door ds. J.M. Opperman, een leenpredikant van de Nederduits Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika, en van 1954 tot 1961 door de Argentijnse predikant ds. J.S. Boonstra.

De Gereformeerde Kerken in Argentinië

Het kerkelijk leven van de Gereformeerde Kerken in Argentinië kent een rijke en complexe geschiedenis, gekenmerkt door migratie, gemeenschapsvorming en de uitdagingen van een uitgestrekt land.

De vroege jaren en de komst van immigranten

Het jaar 1893 geldt als het stichtingsjaar van de Gereformeerde Kerken in Argentinië. De Nederlandse gemeenschap die zich aan het einde van de 19e eeuw in Argentinië vestigde, kwam voornamelijk uit de Nederlandse provincies Groningen, Friesland en Zeeland. Tegelijkertijd arriveerden er Nederlandssprekende Zuid-Afrikanen, de Boeren, die zich kerkelijk verwant voelden met de gereformeerde Nederlanders. In 1917 werd de classis Argentinië opgericht, vallend onder de particuliere synode van Zuid-Holland-Zuid. De Nederlandse immigranten kenden aanvankelijk geen gemakkelijke tijd, maar de kerk vormde in moeilijke perioden een centraal ontmoetingspunt, zoals immigranten in het gereformeerde bolwerk Tres Arroyos unaniem bevestigen.

De ontwikkeling van gemeenten

Comodoro Rivadavia

De kerk van Comodoro Rivadavia, gelegen in de provincie Chubut, kende een turbulente geschiedenis. Na het vertrek van ds. Sonneveldt ontstonden in 1927 kerkelijke twisten die leidden tot een kerkscheuring. Ds. J.A. Hurter richtte een eigen kerk op voor de Zuid-Afrikaanse gemeenteleden. De Zuid-Afrikaanse Nederduits Gereformeerde Kerk stuurde ds. Lückhoff, die met grote blijdschap werd ontvangen. Na de inspanningen van ds. Sonneveldt werd naast de bestaande Gereformeerde Kerk een nieuwe kerk gesticht onder de naam Iglesia Reformada Holandesa. Deze kerk werd in 1938 weer opgeheven en de gemeente herenigd. Van 1952 tot 1954 werd de kerk gediend door ds. J.M. Opperman, en van 1954 tot 1961 door ds. J.S. Boonstra. De Zuid-Afrikaanse boerengemeenschap in Comodoro Rivadavia houdt nog steeds vast aan de oude tradities en behoort tot de Nederduits Gereformeerde Kerk.

Buenos Aires en omgeving

In 1941 werd de Culturele en Geestelijke Vereniging van de Gereformeerde Kerk in Buenos Aires opgericht. In 1942 werd de eerste eigen kerk in gebruik genomen, zoals de zwarte herdenkingssteen in de kerk in La Boca herinnert. Ds. Pott uitte als eerste de wens om in Argentinië als nationale kerk, los van Nederland, door te gaan. Na diverse bezoeken vanuit Nederland werd in 1962 de onafhankelijkheid van de Iglesias Reformadas en la Argentina (IRA) uitgeroepen.

Foto van de Iglesia Reformada in La Boca, Buenos Aires

Mar del Plata en Tandil

In de steden Mar del Plata en het nabijgelegen Tandil, op 400 km afstand, werd de groep gereformeerden in 1952 geschat op ongeveer vijfentwintig gezinnen. Hoewel ze officieel tot de kerk van Tres Arroyos werden gerekend, was de afstand aanzienlijk. Kandidaat D. Bergsma (1945-1948) vanuit Tres Arroyos en ds. J.J. Pott (1950-1955) vanuit Buenos Aires bezochten hen regelmatig voor pastoraat en kerkdiensten. Op 26 juni 1955 werd de Gereformeerde Kerk te Mar del Plata geïnstitueerd, de vierde GKN-gemeente in Argentinië. De wens om een eigen predikant te hebben leidde tot een verzoek aan de classis Buenos Aires om ds. Pott over te plaatsen. Hij diende de gemeente van 1956 tot 1958. De hulp uit Noord-Amerika, in de vorm van 'leenpredikanten', stopte in 1958 met het vertrek van ds. Pott. In 1959 kwam ds. A. MacLeod naar Mar del Plata, maar vond er zijn draai niet en vertrok in 1962. Hij had wel belangrijk werk gedaan voor de Spaanstaligen, maar de Nederlanders voelden zich 'zonder herder' en organiseerden eigen kerkdiensten met voornamelijk preeklezen. Het aantal Nederlanders in de kerk van Mar del Plata nam af. In 1962, toen de Gereformeerde Kerken in Argentinië zelfstandig werden en loskwamen van de Gereformeerde Kerken in Nederland, werden ze opgenomen in het kerkverband van de Iglesias Reformadas en Argentina.

Sarmiento

Over de Nederlandse Gereformeerde Kerk in Sarmiento, ongeveer 100 km ten westen van Comodoro Rivadavia, die in 1956 ontstond, is weinig bekend. De kerk behoorde slechts zes jaar tot de Gereformeerde Kerken in Nederland via de classis Buenos Aires. Van 1958 tot 1962 werd de kerk gediend door ds. W.T. de Vries, een missionaire predikant van de Christian Reformed Church in Noord-Amerika.

Rosario

Volgens Don Diego ontstond in de havenplaats Rosario het eerste gemeentelijk leven van de Gereformeerde Kerken in Argentinië. Hoewel er notulen werden gemaakt, verklaarde dr. Van Lonkhuijzen deze in 1908 vervallen omdat hij er geen georganiseerd kerkelijk leven aantrof. In plaats daarvan richtte hij een evangelisatievereniging op. Ds. A. Rolloos institueerde in 1911 'voorlopig' een Gereformeerde Kerk. Pas in 1916 werd de kerk officieel geïnstitueerd door ds. Sj. Rijper. De kerkdiensten werden bezocht door slechts vijf personen. Later, in 1917, bezocht meester Hogendorp de gemeente en sprak over 'vijftig kerkgangers' en veel kinderen die voor de christelijke school waren opgegeven. Er ontstond ruzie in de kleine gemeente over het uitblijven van een eigen predikant, wat leidde tot een verslechtering van de situatie en uiteindelijk het doodbloeden van het kerkje. Rosario werd in 1926 voor het laatst vermeld in de Jaarboeken van de GKN.

Kaart van Argentinië met de locaties van Comodoro Rivadavia, Buenos Aires, Mar del Plata, Sarmiento en Rosario gemarkeerd

Onafhankelijkheid en Hedendaagse Situatie

Op 14 maart 1963 vond in Sarmiento de eerste synode plaats van de Iglesias Reformadas en Argentina, die een jaar eerder zelfstandig was geworden. De afgevaardigden van Sarmiento en Comodoro Rivadavia hoefden slechts een korte reis te maken. De afvaardiging uit Buenos Aires bestond onder meer uit ds. W.H. van Halsema (1935-2017), sinds 1962 predikant in Buenos Aires. Hij beschreef de synode als een "heel klein synodetje, vijf kleine en zwakke kerkjes in een onmetelijk land." Op de synode werd onder andere het feit besproken dat de kerk van Comodoro Rivadavia vacant was, aangezien de Argentijnse predikant ds. J.S. Boonstra in 1962 was vertrokken.

In het uitgestrekte Argentinië is slechts 2 procent van de bevolking protestants. In de volkswijk La Boca in Buenos Aires bevindt zich de Iglesia Reformada, met gereformeerde oorsprong, gesticht door Nederlandse immigranten en Nederlandssprekende Zuid-Afrikanen. Ds. Karin Krug leidt er de diensten, uitgeleend door de Duitse evangelische kerk in Mar del Plata. De kerk werd geïmporteerd door Nederlandse immigranten die zich aan het einde van de 19e eeuw in Argentinië vestigden, voornamelijk uit Groningen, Friesland en Zeeland. De kerk werd in 1942 in gebruik genomen, zoals een herdenkingssteen in de kerk in La Boca aangeeft. Ds. Pott uitte als eerste de wens om in Argentinië als nationale kerk, los van Nederland, door te gaan. In 1962 werd de onafhankelijkheid van de Iglesias Reformadas en la Argentina (IRA) uitgeroepen.

Momenteel telt de IRA van Patagonië tot Buenos Aires achttien gemeenten met acht predikanten. Het aantal belijdende leden en doopleden bedraagt ongeveer 2000. Volgens ds. Gerardo Oberman, secretaris van de IRA, is het aantal actief meelevende leden de afgelopen jaren niet afgenomen en zijn sommige gemeenten zelfs beduidend gegroeid. De IRA heeft samen met acht andere protestantse kerken een theologische opleiding (Isedet). Contacten met de Rooms-Katholieke Kerk lopen via een oecumenische raad. Niet-rooms-katholieke kerken zijn verplicht zich te laten registreren bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Geëmeriteerd predikant Tomas Mulder (1931) stelt dat het moeilijk is geweest om van een Hollandse een Argentijnse kerk te worden, omdat het altijd de "Hollandse kerk in Argentinië" was. Ds. Karin Krug beaamt dat veel ouderen nog Hollandse gebruiken hebben, wat zich uit in trouw kerkbezoek, maar dat jongeren anders met hun geloof en kerkelijke binding omgaan en niet elke zondag komen.

Nederlandse journalist ontdekt nazi-roofkunst op Argentijnse makelaarssite

tags: #protestantse #kerk #buenos #aires